ECLI:NL:RBMNE:2025:1015

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
UTR 23/1426
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij Dienst Toeslagen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen, maar heeft het vereiste griffierecht van €50 niet betaald. De rechtbank heeft eiser meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht te voldoen, waaronder een aangetekende brief die niet in ontvangst werd genomen en een daaropvolgende gewone brief. Omdat het griffierecht niet is ontvangen en eiser geen geldige reden heeft gegeven voor het uitblijven van betaling, kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat bij niet-betaling van het griffierecht het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij er sprake is van omstandigheden buiten de schuld van eiser. Dit is hier niet het geval. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 24 februari 2025 te Utrecht. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, waarbij ook een verzoek tot zitting kan worden gedaan.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1426

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 28 februari 2023, waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 16 augustus 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. In die brief staat ook dat als eiser het griffierecht niet of niet tijdig betaald, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Uit de Track & Trace van PostNL blijkt dat op 20 augustus 2024 bezorging niet is gelukt. PostNL heeft op 31 augustus 2024 nog een keer geprobeerd de brief te bezorgen, maar bij deze bezorging is geweigerd de brief in ontvangst te nemen. PostNL heeft de aangetekende brief retour gezonden aan de rechtbank. Vervolgens heeft de rechtbank op 24 september 2024 nogmaals per gewone post aan eiser gezonden.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.