Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [postcode] te [plaats]
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: Stichting Promotie Theater- en Concertbezoek). Ik kan 100% zeker bevestigen dat SPTC in haar kantoorruimtes op de tweede etage cadeaubonnen heeft liggen met daarop haar eigen logo. Daarbij heeft [A] (
de rechtbank begrijpt: de directeur van [stichting] )mij bevestigd dat SPTC ook wijnflessen met daarop haar eigen logo in haar kantoorruimtes heeft liggen. Ook zag ik dat de politieagent mij tijdens de aangifte een foto van een zwarte sporttas met daarop het logo van 'HDM' en drie witte strepen liet zien. . Ik nam contact op met [A] . Ik las in het bericht van [A] dat hij eerder zijn sporttas op de tweede etage in zijn kantoor op [adres 2] had neergelegd. Ik las dat hij deze sporttas omschreef als: zwart, drie witte strepen en een 'HDM' logo. Ik las in het bericht van [A] dat zich in deze sporttas sportkleding, een handdoek en schoenen bevonden. [7]
de rechtbank begrijpt: [straat 1] , [straat 2] en [straat 3] , zoals volgt uit de verblijfsontzegging)mocht komen en dat dit naar aanleiding was van de overtreding die verdachte zojuist had begaan.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN EEN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van deze maatregel niet in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 330,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 6 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;