Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3] B.V.,
1.De procedure
- de akte van de Gemeente met productie 34 t/m 45,
2.De kern van de zaak
3.Een korte toelichting op de zaak
4.De beoordeling
Spektrum/ [naam]). Daarvan is sprake bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Van een dergelijke rechtsverhouding is in dit geval geen sprake. Er is dus door [gedaagde sub 3] geen verweer gevoerd tegen de vordering onder I en hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd. Ondanks dat [gedaagde sub 3] geen verweer heeft gevoerd, wordt het verschil tussen de hiervoor vastgestelde schade en de vordering van de Gemeente , namelijk € 335.215,12 (€ 1.121.236,80 - € 786.021,68 = € 335.215,12), afgewezen, ook ten aanzien van [gedaagde sub 3] . Dit bedrag komt de rechtbank namelijk ongegrond voor omdat de rechtbank de schade van de Gemeente heeft vastgesteld voor de hypothetische situatie waarin de onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven. Die schade kan niet hoger zijn voor een niet verschenen gedaagde ten opzichte van een wel verschenen gedaagde.