ECLI:NL:RBMNE:2024:880
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid 16 kilogram cocaïne in woning Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 februari 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bewerken, verwerken en aanwezig hebben van 16 kilogram cocaïne in een woning te Utrecht in de periode van 1 februari tot en met 2 maart 2019.
De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was en dat het bewijs wettig en overtuigend was. De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was voor betrokkenheid of wetenschap van verdachte over de cocaïne en dat verdachte enkel geld kwam ophalen.
De rechtbank concludeerde dat hoewel verdachte op 1 en 2 maart 2019 in de woning was en gesprekken voerde die mogelijk op drugshandel duiden, dit onvoldoende bewijs vormt voor betrokkenheid bij het cocaïnelaboratorium. De cocaïne en verwerkingsmaterialen waren niet in de ruimte waar verdachte zich bevond. Ook het gesprek van 1 juli 2019 was te ver verwijderd van de ten laste gelegde periode. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij 16 kilogram cocaïne.