De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot gesloten jeugdhulp van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige verblijft in een gesloten jeugdhulpinstelling vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.
Tijdens de zitting waren de minderjarige, haar moeder en vertegenwoordigers van de GI aanwezig. De minderjarige stemde in met verlenging van de ondertoezichtstelling onder de voorwaarde van meer zichtbaarheid van de jeugdbeschermer en vroeg om een kortere verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp van vier maanden in plaats van zes, met aanhouding van de resterende twee maanden. De moeder onderschreef dit voorstel.
De kinderrechter oordeelde dat de grond voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig is en dat de behandeling van de minderjarige nog niet zover gevorderd is dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn. De ernstige problematiek, waaronder emotionele verwaarlozing, kindermishandeling en gedragsproblemen, rechtvaardigen de verlenging. De machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt voor vier maanden verleend, met aanhouding van de resterende twee maanden, zodat er perspectief en motivatie voor de minderjarige blijft.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek voor het resterende deel wordt later beoordeeld. De GI wordt verzocht de rechtbank te informeren over de voortzetting van het verzoek, waarna de minderjarige en haar moeder kunnen reageren.