ECLI:NL:RBMNE:2024:758
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woningurgentie wegens niet in Utrecht ontstaan woonprobleem
Eiseres, een alleenstaande moeder met twee kinderen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om woningurgentie. Haar aanvraag werd afgewezen omdat het urgente woonprobleem niet in Utrecht is ontstaan, maar in een andere gemeente waar de relatiebeëindiging plaatsvond. Het college wees ook het bezwaar af en de rechtbank bevestigde dit besluit.
De rechtbank overwoog dat de keuze van eiseres om in Utrecht een aanvraag te doen vanwege familie daar geen reden is om af te wijken van de Huisvestingsverordening. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen sprake is van een levensbedreigende of vergelijkbare situatie, ook niet met het oog op de belangen van de kinderen en de psychische klachten van eiseres. De mogelijkheid tot verblijf in het Corporatiehotel en het feit dat eiseres nu zwanger is, rechtvaardigen geen andere beoordeling.
Verder oordeelde de rechtbank dat internationale verdragen en grondwettelijke bepalingen geen direct recht op woonruimte geven en dat het college geen zorgplicht heeft om te allen tijde zelfstandige woonruimte naar keuze beschikbaar te stellen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van woningurgentie wordt ongegrond verklaard.