ECLI:NL:RBMNE:2024:7571
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij ondernemerschap
Eiser ontving vanaf januari 2018 bijstand en begon vanaf april 2020 inkomsten te genereren met een onderneming die hij per 20 mei 2020 inschreef bij de Kamer van Koophandel. Hij heeft dit niet gemeld aan verweerder, ondanks herhaalde waarschuwingen. Verweerder herzag het recht op bijstand en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug, waarbij de terugvordering na bezwaar werd verlaagd.
Eiser stelde dat hij met instemming van verweerder ondernam en dat de terugvordering onredelijk was, met name over 2020 vanwege gemaakte verliezen. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat verweerder terecht het recht op bijstand heeft herzien en teruggevorderd. De toepassing van de beleidsregel bij parttime ondernemen werd deels gehonoreerd voor 2020, maar niet voor 2021 toen eiser fulltime ondernemer was.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de terugvordering terecht was vastgesteld, mede omdat eiser geen toestemming had gevraagd voor parttime ondernemen en de inkomsten in 2021 en 2022 hoger waren dan de bijstandsnorm. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.