ECLI:NL:RBMNE:2024:7569
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening individuele begeleiding wegens voorliggende voorziening Zvw
Eiser verzocht om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor individuele begeleiding bij persoonlijke hygiëne en medicatie. Verweerder wees dit verzoek af omdat er sprake zou zijn van een voorliggende voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Eiser stelde dat hij geen indicatie vanuit de Zvw kon krijgen, onderbouwd met brieven van zijn zorgverzekeraar Menzis waarin een persoonsgebonden budget (Pgb) was afgewezen. De rechtbank oordeelde echter dat uit deze brieven blijkt dat eiser wel aanspraak maakt op zorg vanuit de Zvw, namelijk via Zorg in Natura (ZIN), en dat de afwijzing van het Pgb niet betekent dat er geen recht op zorg is.
De rechtbank overwoog dat de wens van eiser om zorg via een Pgb te ontvangen begrijpelijk is, maar dat dit niet leidt tot een aanspraak op een Wmo-maatwerkvoorziening. Omdat eiser niet heeft gesteld of bewezen dat de zorg vanuit de Zvw ontoereikend is, is de afwijzing van de Wmo-aanvraag terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wmo-maatwerkvoorziening wordt ongegrond verklaard vanwege een voorliggende voorziening vanuit de Zvw.