Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] uit [plaats 1] , gemeente [gemeente] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Inleiding
23 februari 2024 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats 1] , gemeente [gemeente] (de woning) vastgesteld op € 911.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit waarin verweerder een aanslag onroerendezaakbelasting heeft opgelegd.
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde, te weten € 641.000,-. Verweerder handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 911.000,-.
€ 2.510,-. Deze woning is gebouwd in 1873, beschikt over 185 m² woonoppervlak en heeft 8.545 m² grond. Deze beide referentiewoningen onderbouwen de waarde van de woning goed. Beide zijn kleiner, beschikken over (veel) minder grond en hebben een prijs per m² die fors hoger ligt dan de prijs per m² van de woning. De referentiewoning [adres 4] te [plaats 1] , ondergemiddeld qua kwaliteit, onderhoud en voorzieningen, heeft een prijs per m² van € 2.013,-, nog altijd hoger dan de woning. Deze referentiewoning heeft 7.575 m² grond. Ook deze referentiewoning onderbouwt de waarde voor de woning.
€ 539.878,-). Voor een nog grotere verlaging van de grondwaarde, zoals eiser voorstaat, ziet de rechtbank gelet daarop geen aanleiding.