De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 december 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1994. Betrokkene lijdt aan een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis, wat volgens medische verklaring ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene op vrijwillige basis meewerkt aan de zorg, mede bevestigd door de behandelend arts, die stelde dat betrokkene zich bewust is van het effect van medicatie en zich prettiger voelt sinds opname en medicatiegebruik. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat vrijwillige zorg niet mogelijk is, ondanks de complexiteit van de stoornis.
Gezien de intensieve hulpverlening en het vangnet voor betrokkene, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat een gedwongen kader noodzakelijk is. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af en geeft betrokkene de kans te bewijzen dat gedwongen zorg niet nodig is.