Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met een productie,
- de conclusie van repliek met productie 2,
- de conclusie van dupliek met een productie.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een factoringsbedrijf namens een tandartspraktijk tegen een gedaagde die in 2022 tandartsbehandelingen onderging maar de facturen niet betaalde. Het totaalbedrag van de openstaande facturen bedraagt €305,58. Daarnaast vordert eiser wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De gedaagde betwist de hoogte van de kosten en wijst op een betalingsregeling die op 11 juli 2024 is getroffen. De kantonrechter oordeelt echter dat de betalingsregeling pas na betekening van de dagvaarding (23 mei 2024) tot stand kwam en dat de gedaagde eerder in de gelegenheid was gesteld te betalen.
De rechtbank wijst de hoofdsom, de wettelijke rente vanaf 19 april 2024, de incassokosten van €45,84 conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van €448,54 toe. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling binnen veertien dagen na aanschrijving.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.