ECLI:NL:RBMNE:2024:7370
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verhuurder moet huurder toegang tot woning verlenen ondanks geschil over huurgedrag
In deze zaak vordert eiseres, die sinds 1 november 2024 een woning huurt, toegang tot die woning omdat zij de sleutel nog niet heeft ontvangen van gedaagde, de verhuurder. Gedaagde weigert toegang te verlenen en stelt dat eiseres zich niet als een goed huurder heeft gedragen, onder meer door vermeende intimidatie, inbraak en schade aan de woning, en wil de huurovereenkomst ontbinden.
De kantonrechter overweegt dat in een kort geding een voorlopige voorziening kan worden gegeven als er spoedeisend belang is en de kans op toewijzing in een bodemprocedure voldoende is. Eiseres heeft spoed omdat zij vanaf 13 december 2024 geen andere woonruimte meer heeft. Gedaagde moet duidelijk maken dat er gronden zijn voor ontbinding, maar dit is onvoldoende aangetoond; het is woord tegen woord en er is geen ruimte voor bewijslevering in kort geding.
Daarom wordt in dit kort geding niet vooruitgelopen op ontbinding en moet gedaagde eiseres toegang tot de woning verlenen. Tevens wordt een dwangsom van €500 per dag opgelegd, met een maximum van €25.000, voor het geval gedaagde niet aan deze verplichting voldoet. De vordering van gedaagde tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en specificatie. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verhuurder moet huurder toegang tot de woning verlenen en betaalt een dwangsom bij niet-naleving.