Uitspraak
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 6 van [gedaagde] .
2.Waar deze zaak over gaat
3.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is sinds 2013 in dienst bij gedaagde en meldde zich in juli 2022 ziek. Na eerdere betalingsproblemen werd gedaagde in maart 2024 veroordeeld tot betaling van achterstallig loon. Het UWV bepaalde dat gedaagde tot juli 2025 verantwoordelijk blijft voor loondoorbetaling vanwege niet-naleving re-integratieverplichtingen.
De bedrijfsarts stelde in juli 2024 dat eiser licht fysiek werk kon verrichten, waarna eiser vier weken vakantie nam. Na terugkeer meldde eiser zich opnieuw ziek vanwege verslechterde situatie. Gedaagde zette het loon stop omdat eiser niet werkte, ondanks het advies van de bedrijfsarts in oktober 2024 dat licht werk tot 20 uur per week mogelijk was.
De kantonrechter oordeelt dat de loonstop niet gerechtvaardigd is omdat eiser zich opnieuw ziek heeft gemeld en gedaagde in afwachting van een nieuw bedrijfsartsenadvies het loon niet had mogen stopzetten. Tevens is gedaagde zelf tekortgeschoten in de loonbetaling sinds maart 2024, waardoor het onaanvaardbaar is een loonstop toe te passen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het loon vanaf mei 2024 voor zover nog niet betaald en tot het verstrekken van salarisspecificaties vanaf juli 2022 binnen veertien dagen, onder dreiging van een dwangsom. Ook worden proceskosten en wettelijke rente toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde moet de loonstop opheffen en het loon vanaf mei 2024 betalen, evenals salarisspecificaties verstrekken.