Uitspraak
1.De procedure
- de nagekomen productie van [eiser] ,
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is sinds 1993 in dienst bij gedaagde en bedrijfsleider van een vestiging. Na een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag, waarbij eiser en een andere leidinggevende werden beschuldigd, werd eiser geschorst. Eiser vordert in kort geding wedertewerkstelling, maar de kantonrechter beoordeelt eerst of er sprake is van een spoedeisend belang.
De kantonrechter constateert dat de schorsing en het onderzoeksrapport al ruim een jaar geleden zijn en dat eiser pas maanden later inhoudelijk reageerde. Gezien het naderende pensioen van eiser binnen vier maanden en de moeizame communicatie tussen partijen, is het spoedeisend belang onvoldoende. Re-integratie en wedertewerkstelling zijn alleen mogelijk bij overleg, maar het vertrouwen ontbreekt.
De kantonrechter wijst de vordering af en doet geen inhoudelijke uitspraak over de beschuldigingen. Proceskosten worden aan eiser opgelegd. De rechter hoopt dat partijen alsnog afspraken maken over een waardig afscheid van eiser.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.