ECLI:NL:RBMNE:2024:7352

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
11220781 \ UC EXPL 24-4896
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering verzekeringspremie en incassokosten door kantonrechter

De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak tussen Unigarant N.V. en een particuliere verzekerde. De verzekerde had een doorlopende reisverzekering afgesloten en de premie voor de periode van 18 juli 2022 tot 18 juli 2023 niet betaald. Unigarant vorderde betaling van de premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De verzekerde erkende de verzekering en de betalingsverplichting, maar betwistte ontvangst van de aanmaning waarop de wettelijke rente werd gebaseerd. De kantonrechter oordeelde dat Unigarant aannemelijk had gemaakt dat de aanmaning op het juiste adres was verzonden en niet retour was gekomen, zodat de rente vanaf 23 februari 2024 werd toegewezen.

Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen, inclusief btw, omdat de vordering binnen het door het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten toegestane tarief viel. Het verweer van de verzekerde dat hij niet tijdig was geïnformeerd faalde, mede omdat hij verantwoordelijk is voor het doorgeven van adres- en e-mailwijzigingen.

De verzekerde werd veroordeeld tot betaling van € 84,35 plus rente, en de proceskosten van € 367,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van de premie, wettelijke rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11220781 \ UC EXPL 24-4896 CMR/51145
Vonnis van 27 november 2024
in de zaak van
UNIGARANT N.V., MEDE H.O.D.N. ANWB VERZEKEREN,
gevestigd in 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: Unigarant,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de e-mail van 30 juli 2024 met daarin de reactie van [gedaagde] ,
- de conclusie van repliek,
- de e-mail van 18 oktober 2024 met daarin de reactie van [gedaagde] .
1.2.
Hierna is bepaald dat er een vonnis komt.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] heeft op 13 juli 2011 bij Unigarant een doorlopende reisverzekering afgesloten. [gedaagde] heeft de premie van € 35,95 voor de periode 18 juli 2022 tot 18 juli 2023 niet betaald. Unigarant wil dat hij dat alsnog betaald, plus rente en kosten. De kantonrechter wijst deze vordering toe. Hierna wordt toegelicht waarom.
2.2.
[gedaagde] erkent dat hij een doorlopende reisverzekering heeft bij Unigarant en dat hij de premie moet betalen. Het bedrag van € 35,95 wordt daarom toegewezen.
2.3.
Unigarant vordert de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling. Unigarant heeft niet uitgelegd welke ingebrekestelling zij bedoelt. De kantonrechter gaat daarom uit van de laatst gestuurde aanmaning van 8 februari 2024. [gedaagde] betwist weliswaar dat hij deze aanmaning heeft ontvangen, maar dat is niet aannemelijk. Unigarant heeft onderbouwd dat haar incassogemachtigde deze brief heeft gestuurd naar het adres waarop [gedaagde] staat ingeschreven. Unigarant mocht dus aannemen dat [gedaagde] op dat adres kon worden bereikt en dat de aanmaning daar is aangekomen. De aanmaning is ook niet retour gekomen. [gedaagde] heeft geen verdere omstandigheden aangevoerd waaruit volgt hij deze aanmaning niet heeft ontvangen. De wettelijke rente wordt dan ook toegewezen vanaf 23 februari 2024 (de vervaldatum van deze laatst gestuurde aanmaning).
2.4.
Unigarant vordert daarnaast vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Unigarant heeft aan [gedaagde] op 8 februari 2024 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Zoals hiervoor overwogen, is het verweer dat [gedaagde] deze aanmaning niet heeft ontvangen niet aannemelijk. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Unigarant heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat Unigarant een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 48,40 toegewezen.
2.5.
[gedaagde] stelt dat hij op 12 juli 2024 de dagvaarding heeft ontvangen. Hij vindt dat dat lang heeft geduurd en stelt dat hij nooit een e-mail of telefoontje heeft gehad om het op te kunnen lossen. De kantonrechter begrijpt dit als een verweer tegen de proceskosten, maar dit verweer slaagt niet. Unigarant en haar incassogemachtigde hebben meerdere keren contact gezocht met [gedaagde] . Een aantal aanmaningen is weliswaar naar het oude adres van [gedaagde] verstuurd, waardoor niet kan worden vastgesteld of [gedaagde] deze heeft ontvangen, maar dat komt voor rekening en risico van [gedaagde] . Het ligt namelijk op de weg van [gedaagde] om een adreswijziging door te geven aan Unigarant, zo volgt ook uit artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden die van toepassing zijn. Daarnaast heeft Unigarant ook meerdere e-mails gestuurd naar het e-mailadres [e-mailadres] . Volgens [gedaagde] is dat een verkeerd e-mailadres, maar dat is het e-mailadres dat hij bij de aanvraag van de doorlopende reisverzekering zelf heeft opgegeven. Als er iets in zijn contactgegevens wijzigt, ligt het op de weg van [gedaagde] om dat bij Unigarant te melden (zie in dit kader ook artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden). Dat hij de e-mails dus niet zou hebben ontvangen, komt ook voor zijn rekening en risico.
2.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Unigarant worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
80,00
(2 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
367,39

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Unigarant te betalen een bedrag van € 84,35, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 367,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024.