De Raad voor de Rechtspraak heeft op 18 december 2024 een beschikking gegeven inzake de machtiging tot deeltijd uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun opa en oma. De kinderen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag heeft over één kind, terwijl beide ouders het gezag hebben over het andere kind. De Gezinsvoogdijinstantie (GI) verzocht om de machtiging om de moeder te ontlasten en het welzijn van de kinderen te bevorderen.
De moeder verzette zich tegen het verzoek omdat zij meent dat de kinderen niet bij opa en oma willen logeren en zij zelf geen ontlasting behoeft. De vader en de GI waren het eens met het verzoek en benadrukten de betrokkenheid van opa en oma en hun positieve rol in het leven van de kinderen. De kinderen hebben een complexe gezinssituatie met gedragsproblemen en stoornissen, waardoor de opvoedvraag verzwaard is.
De kinderrechter oordeelde dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de kinderen en om de moeder te ontlasten. De moeder zal starten met een intensieve gezinsopname, waarbij het belangrijk is dat zij regelmatig vrij is van zorgtaken. De opa en oma zijn positief gescreend als netwerkpleeggezin en kunnen aansluiten bij de behoeften van de kinderen. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.