Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 24 juli 2024;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een betalingsgeschil over reparatiewerkzaamheden aan een auto. Eiser heeft de motor en later de versnellingsbak van de auto van gedaagde vervangen en vordert betaling van twee facturen. Gedaagde erkent de eerste factuur voor de motor, maar weigert de tweede voor de versnellingsbak te betalen, stellende dat fouten bij de motorreparatie de versnellingsbak zouden hebben beschadigd.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde voor zijn stelling dat eiser fouten had gemaakt. De monteur van eiser legde uit dat de keerring, die volgens gedaagde het probleem veroorzaakte, niet losgemaakt hoefde te worden bij de motorvervanging en dat de schade aan de versnellingsbak veroorzaakt werd door een kapotte oliepomp, niet door de motorreparatie.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de factuur voor de versnellingsbak ook moet betalen. De vordering tot ontbinding van de reparatieovereenkomst door gedaagde werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten toegewezen aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van beide facturen, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten; de ontbindingsvordering wordt afgewezen.