ECLI:NL:RBMNE:2024:7219
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na juiste medische beoordeling door UWV
Eiser was sinds 1 augustus 2020 arbeidsongeschikt en ontving een Ziektewet-uitkering. Op 3 augustus 2023 stelde het UWV vast dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering per 5 september 2023 werd beëindigd. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen, met name cognitieve en energetische, onderschat waren.
Tijdens de zitting trok eiser zijn beroepsgrond over cognitieve beperkingen in en richtte zich op energetische beperkingen zoals pijnklachten, slaapproblemen en uitputting. Het deskundigenrapport van een verzekeringsarts stelde dat er wel rekening was gehouden met deze klachten door beperkingen te erkennen in het persoonlijk en sociaal functioneren, waardoor een urenbeperking niet noodzakelijk was.
De rechtbank volgde het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de medische beoordeling zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden was opgesteld. De stelling van eiser dat er een urenbeperking moest worden aangenomen, werd niet onderbouwd. De beroepsgronden over de arbeidskundige beoordeling werden ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 5 september 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.