Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:7160

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
24/2519
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 36a WerkloosheidswetArt. 430 RvArt. 438 RvArt. 475c Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring bestuursrechter bij verzet tegen loonbeslag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin loonbeslag is aangekondigd wegens een terugvordering van € 15.804,90. Verweerder had eiser meerdere malen verzocht het bedrag terug te betalen, maar eiser reageerde niet. Vervolgens is een dwangbevel uitgevaardigd, waarna loonbeslag bij de werkgever van eiser is gelegd.

Eiser verzet zich tegen het loonbeslag, wat juridisch gezien neerkomt op verzet tegen het dwangbevel. Volgens artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient dit verzet bij de civiele rechter te worden ingesteld, waarbij eiser verplicht is rechtsbijstand van een advocaat in te schakelen. De bestuursrechter is daarom onbevoegd om over het beroep te oordelen.

De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd en sluit het onderzoek. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift bij de civiele rechter binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het loonbeslag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 24/2519

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 29 maart 2024 tegen het besluit van 26 maart 2024.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is.
2. Uit het besluit van 26 maart 2024 volgt dat verweerder meermaals aan eiser heeft laten weten dat hij een bedrag van € 15.804,90 moet terugbetalen. Eiser heeft geen reactie gegeven op de brieven van verweerder. Omdat eiser niet op de brieven reageerde en ook niet het bedrag van € 15.804,90 aan verweerder terugbetaalde, heeft verweerder bij besluit van 26 maart 2024 aangegeven loonbeslag bij de werkgever van eiser te gaan leggen. Wel werd eiser nog eenmalig de mogelijkheid geboden om het bedrag van € 15.804,90 terug te betalen aan verweerder.
3. Aan dit loonbeslag is, naar de rechtbank aanneemt, op de voet van artikel 36a, eerste lid, van de Werkloosheidswet een dwangbevel vooraf gegaan. Een dwangbevel is een executoriale titel in de zin van artikel 430 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Met dit dwangbevel kan verweerder overgaan tot het leggen van loonbeslag. Daarbij zal wel rekening gehouden moeten worden met de toepassing van de (juiste) beslagvrije voet, een en ander als bedoeld in de artikelen 475c en volgende Rv.
4. De rechtbank begrijpt eiser zó dat eiser zich verzet tegen dit loonbeslag. Het betreft, in juridische termen, een verzet tegen dit dwangbevel.
5. Volgens artikel 438 Rv Pro kan verzet tegen een dwangbevel en de bijbehorende executie alleen worden ingesteld bij de civiele rechter, meer in het bijzonder de (civiele) voorzieningenrechter van de rechtbank. Eiser kan daar niet zelfstandig procederen. Voor die procedure moet eiser verplicht rechtsbijstand door een advocaat inschakelen.
6. Dit betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om op het beroep van eiser te beslissen. De bestuursrechter van de rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van A.C. van de Biesebos, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.