Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie van [gedaagde] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser en gedaagde sloten een aannemingsovereenkomst waarbij eiser vloeren legde en traprenovaties uitvoerde. Eiser vordert betaling van openstaande facturen ter waarde van € 8.095,15, terwijl gedaagde betwist dat alle werkzaamheden correct zijn uitgevoerd en een tegenvordering van € 4.870,- indient wegens vermeende schade.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet hoeft te betalen voor beschikbaarheidsdagen waarop geen werk is verricht, omdat hierover geen concrete afspraken zijn gemaakt. Ook de factuur voor een traprenovatie bij familie [naam 2] wordt afgewezen, omdat de algemene voorwaarden waarop eiser zich beroept niet zijn aanvaard door gedaagde.
Daarnaast wordt de factuur voor herstelwerkzaamheden bij familie [naam 3] afgewezen omdat eiser tekort is geschoten in de uitvoering en zelf verantwoordelijk is voor de schade. De overige facturen voor uitgevoerde werkzaamheden worden toegewezen, en de tegenvordering wegens schade wordt afgewezen omdat geen sprake is van verzuim of blijvende onmogelijkheid tot nakoming.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.835,19 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2024.
Uitkomst: Gedaagde moet € 2.835,19 betalen aan eiser en de tegenvordering wordt afgewezen.