ECLI:NL:RBMNE:2024:6948

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
Utr 24/6164
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de gemeente Lelystad, maar heeft het vereiste griffierecht van €51,- niet betaald. De rechtbank heeft eiser hierover op 2 november 2024 aangetekend geïnformeerd en een betaling binnen vier weken geëist. Omdat het griffierecht niet is ontvangen en eiser geen geldige reden heeft gegeven, kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat griffierecht betaald moet worden om in beroep te kunnen gaan. De hoofdregel is dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk is, tenzij er omstandigheden zijn die buiten de macht van eiser liggen, wat hier niet het geval is.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak over de zaak. Eiser krijgt geen gelijk en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 december 2024 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6164

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en
de gemeente Lelystad, de teamleider Geo-informatie en Belastingen van de afdeling Dienstverlening, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 21 maart 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
3. Als het griffierecht niet wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 2 november 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
23 december 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.