Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- 22 november 2024 – inhoudelijke behandeling;
- 26 november 2024 – inhoudelijke behandeling;
- 5 december 2024 – sluiting van het onderzoek.
2.INLEIDING
3.TENLASTELEGGING
- [demonstrant] meermalen met een wapenstok tegen het lichaam en hoofd te slaanterwijl [demonstrant] op de grond lag;
- [demonstrant] vervolgens te schoppen tegen het lichaam en
- de diensthond in het been van [demonstrant] te laten bijten.
4.VOORVRAGEN
5.VRIJSPRAAK
proportioneelen
subsidiairgehandeld, zodat zij in de visie van de officieren van justitie van dat deel van de tenlastelegging kunnen worden vrijgesproken. Bij de overige geweldshandelingen (die daarna plaatsvonden) is dat in hun visie niet meer zo.
subsidiariteit). Daarnaast moet de wijze waarop het geweld wordt gebruikt op grond van (het destijds geldende) artikel 7, zevende lid, Politiewet 2012
proportioneelzijn. Dat wil zeggen dat het geweld in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd moet zijn. Aan het geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf (artikel 7, eerste lid, Politiewet 2012).
subsidiariteiten
proportionaliteitvan hun optreden door deze rapporten en de interne memo worden gekleurd. De rechtbank zal op die manier ook naar de aanbevelingen uit de rapporten en de interne memo kijken. De rapporten en memo zijn niet bindend en kunnen daarom niet doorslaggevend zijn bij de vraag of het optreden van de hondengeleider rechtmatig heeft gehandeld, maar kleuren dit handelen, en daarmee de beoordeling, wel in.
subsidiariteiten
proportionaliteitvoldoet (EHRM 30 maart 2016, nr. 5878/08, Armani da Silva tegen Verenigd Koninkrijk). De subjectieve beleving kan achteraf bezien onjuist blijken te zijn. Een belangrijke vraag is dan of de subjectieve beleving van de politieambtenaar is gebaseerd op een eerlijk en oprecht geloof dat het gebruik van geweld noodzakelijk was. Daarvan is sprake als dat geloof op basis van goede redenen begrijpelijk is. Die goede redenen moeten zijn gebaseerd op objectief vast te stellen feiten en omstandigheden. Een andere maatstaf zou volgens het EHRM neerkomen op een te zware last (‘
unrealistic burden’) voor de staat en de opsporingsambtenaren bij de uitvoering van hun taak, mogelijk ten koste van hun leven en dat van anderen. Verder is van belang dat eisen die tijdens opleiding en training worden gesteld aan het gebruik van wapens, ook kunnen worden betrokken bij het antwoord op de vraag of het gebruik van geweld gerechtvaardigd was (EHRM 30 maart 2016, nr. 5878/08, Armani da Silva tegen Verenigd Koninkrijk).
subsidiariteiten
proportionaliteit. De hondengeleider heeft verklaard dat hij de indruk had dat [demonstrant] met zijn hond in gevecht ging door de bek en oren van de hond vast te pakken en deze heen en weer te bewegen. Dat leidde volgens de hondengeleider wederom tot een gevaarlijke situatie. Ook deze subjectieve beleving vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in objectieve feiten en omstandigheden. De hondengeleider was niet de enige die de handelingen van [demonstrant] interpreteerde als een gevecht met zijn hond. De ME’er, die een en ander van dichtbij heeft waargenomen, kwam tot dezelfde uitleg. In al zijn dienstjaren had hij nog nooit iemand gezien die een surveillancehond op die manier vastpakte. Een andere verbalisant heeft verklaard dat [demonstrant] de hond met kracht kneep. Weer andere verbalisanten verklaren over een hevig verzet tegen de hond. Op de beelden heeft de rechtbank ten slotte zelf ook waargenomen dat de handelingen van [demonstrant] tegen de hond hevig waren. Het is onder deze omstandigheden aannemelijk dat de hondengeleider bang was dat hij de controle over zijn hond zou verliezen. De inzet van de wapenstok was op dat moment de enige manier om die controle over zijn hond en daarmee over zijn geweldmiddel terug te krijgen (
subsidiariteit).
(en dus
proportioneel).
subsidiariteit). Daar komt bij dat een eerdere inzet van de politie-surveillancehond was mislukt en deze inzet, gevolgd door meerdere slagen met de wapenstok, het verzet van [demonstrant] in de beleving van de hondengeleider niet hadden gestopt. De inzet van de politie-surveillancehond was ook
proportioneel. De hondengeleider heeft de politie-surveillancehond één keer laten bijten in het been van [demonstrant] , zoals hem dat tijdens de training wordt aangeleerd.
subsidiariteiten
proportionaliteit.
subsidiariteiten
proportionaliteitvoldoet. En dat was hier, zoals in het voorgaande overwogen, naar het oordeel van de rechtbank het geval.
subsidiariteiten
proportionaliteit. De manier waarop [demonstrant] de hond vastpakte tijdens de aanhouding door de hondengeleider, zag er ook gevaarlijk uit. Het zag eruit als een manier van hevig verzet en niet alleen als manier om zichzelf te beschermen. De rechtbank heeft dat bij de inzet van geweld door de hondengeleider al besproken. De beleving van de ME’er dat hij de hondengeleider onder die omstandigheden te hulp moest komen, vindt ook steun in de eerder vastgestelde objectieve feiten en omstandigheden. De wapenstok was op dat moment het enige middel dat hij kon inzetten (
subsidiariteit). Hij heeft daarbij welbewust niet voluit geslagen. Ook stopte hij steeds kort tussen de slagen door. De ME’er heeft hierover verklaard dat hij steeds bleef kijken of verdere slagen nog nodig waren om de man onder controle te krijgen. De rechtbank heeft dat ook op de beelden waargenomen. Op die manier had hij controle over zijn slagen, waardoor het toegepaste middel niet zwaarder was dan nodig (
proportionaliteit).
subsidiariteit). Dat hij ervoor koos de wapenstok te gebruiken, past ook bij hetgeen ME’ers leren tijdens de opleiding aan de hand van het rapport van de Ombudsman. Daarin staat onder meer dat het slaan met de wapenstok is geoorloofd bij hevig fysiek verzet bij de aanhouding. Hij heeft niet harder of vaker geslagen dan nodig (
proportionaliteit). Conform de regels uit dat rapport heeft hij bij het slaan gemikt op de grote spiergroepen van de armen. Ook heeft hij, net als de eerste keer, gecontroleerd geslagen door tussen de slagen door steeds even te kijken of deze effect hadden. Hij is gestopt toen [demonstrant] de hond losliet en zijn verzet staakte. De rechtbank vindt hiervoor steun in wat te zien is op de camerabeelden. Gelet hierop was het handelen van de ME’er ook in deze fase rechtmatig.
subsidiariteiten
proportionaliteit. Dat geldt ook voor de handelingen die de hondengeleider heeft verricht op het moment dat zijn subjectieve beleving niet geheel overeenkwam met de objectieve feiten en omstandigheden. Gelet op wat de rechtbank wel aan feiten en omstandigheden heeft kunnen vaststellen, was zijn subjectieve beoordeling gebaseerd op een eerlijk en oprecht geloof, waarvoor hij goede redenen had.
ex tunc(een beoordeling naar de situatie zoals die bestond toen de gebeurtenis plaatsvond)
,waarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden betrokken, biedt op deze manier voldoende waarborgen tegen immuniteit van politieambtenaren die een onjuiste inschatting hebben gemaakt. De rechtbank heeft het handelen van de politieambtenaren in deze zaak ook steeds op die manier getoetst.