ECLI:NL:RBMNE:2024:6903

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
C/16/581356 / FO RK 24-1131
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 809 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige ondanks verleden vader

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de vader om samen met de moeder het ouderlijk gezag over hun achtjarige zoon te verkrijgen. De ouders zijn uit elkaar sinds 2018 en het kind woont bij de moeder, die momenteel het enige gezag heeft. De moeder was tegen gezamenlijk gezag vanwege zorgen over het verleden van de vader en de communicatie tussen hen.

De rechtbank erkent de begrijpelijke zorgen van de moeder gezien het verleden van de vader, waaronder een moeilijke periode en eerdere gedragingen die problematisch waren. Echter, de vader heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waaronder het overwinnen van een alcoholverslaving en het behalen van diploma’s. De ouders maken afspraken over omgang en staan open voor hulp en ouderschapsbemiddeling.

De rechtbank concludeert dat gezamenlijk gezag in het belang is van het kind, dat geen risico loopt om klem te raken tussen de ouders. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze geldt totdat een hogere rechter anders beslist. De ouders worden aangespoord om hun communicatie te verbeteren en hulp te zoeken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en belast hem samen met de moeder met het gezag over hun minderjarige zoon.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht, locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/581356 / FO RK 24-1131
Gezag en omgang
Beschikking van 22 november 2024
in de zaak van:
[de vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. F. Boor,
tegen
[de moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S. van Beers.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen bij de rechtbank op 17 september 2024;
  • het verweerschrift van de moeder (met bijlage) van 20 november 2024;
  • een bericht van de vader (met bijlagen) van 21 november 2024.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 22 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad): [A] .
1.3.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om [minderjarige] , de achtjarige zoon van de ouders, in de gelegenheid te stellen om aan de rechter te vertellen wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank is daartoe alleen verplicht bij kinderen die twaalf jaar of ouder zijn. Als ze jonger zijn mág de rechtbank dat doen. [1]

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad. Deze relatie is in 2018 beëindigd.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
[minderjarige] , geboren op [2016] in [geboorteplaats].
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat de moeder alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mag nemen.
2.4.
De ouders zijn het niet eens over het gezag. De vader wil samen met de moeder het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De moeder is het hier niet mee eens. Zij vindt gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige] .

3.De beoordeling

De conclusie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek van de vader om samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] te worden belast toewijzen. Dat betekent dat de ouders vanaf nu samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten nemen. De rechtbank verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De uitleg
3.2.
Ouders moeten samen beslissingen over hun kinderen nemen, ook als zij uit elkaar zijn. De rechtbank ziet geen reden om in deze situatie van dit uitgangspunt af te wijken.
3.3.
De rechtbank heeft gehoord en gelezen dat de vader een moeilijke periode heeft gehad. Inmiddels gaat het een stuk beter met hem. Hij heeft gewerkt aan zijn alcoholverslaving en heeft diploma’s gehaald. Dat is heel positief. Hij hoopt en wil nu een grotere rol te kunnen gaan spelen in het leven van [minderjarige] . Hij wil onder andere samen met de moeder het gezag over [minderjarige] hebben. De moeder is het daar niet mee eens. Zij maakt zich zorgen over het gebrek aan communicatie tussen de ouders en is bang dat de vader, net als vroeger, dwingend kan worden in zijn contact. Tegelijkertijd heeft de moeder bevestigd dat de vader al lang geen dwingende mails heeft gestuurd. De moeder ziet ook dat het beter gaat met de vader.
3.4.
De rechtbank begrijpt dat de moeder zorgen heeft over het gezamenlijk gezag. De vader heeft in het verleden namelijk dingen gedaan die niet goed en ook makkelijk waren voor de moeder en [minderjarige] . Ook heeft de moeder jarenlang alleen voor [minderjarige] gezorgd. De rechtbank ziet echter dat de situatie is veranderd. De vader stelt zich betrokken en verantwoordelijk op en neemt zijn taak als vader nu serieus. De ouders hebben momenteel via de mail contact over de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de vader. Het lukt de ouders afspraken te maken over de omgang en ze zijn het erover eens dat de omgangsmomenten goed verlopen. Het klopt dat de ouders verder geen contact hebben, maar de rechtbank vindt niet dat dat een reden is om het verzoek tot het gezamenlijk gezag af te wijzen. De rechtbank is ook verder van oordeel dat er geen risico is dat [minderjarige] bij gezamenlijk gezag klem zou raken tussen de ouders. Zo lijken de ouders het over veel dingen eens te zijn, zoals bijvoorbeeld de speltherapie voor [minderjarige] . Omdat de ouders in het vervolg samen keuzes zullen moeten maken voor [minderjarige] is het wel belangrijk dat de communicatie beter wordt. Daarom moeten de ouders hulp gaan zoeken. Welke hulp passend zou zijn kan eventueel besproken worden met Atlas, de organisatie die zich bezighoudt met de omgang tussen de vader en [minderjarige] . De ouders hebben allebei aangegeven dat zij openstaan voor ouderschapsbemiddeling, dus de rechtbank heeft er vertrouwen in dat zij een dergelijk traject gaan volgen.
3.5.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
belast de vader samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] ;
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024 door mr. T. Dopheide, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Oostveen, griffier en op schrift gesteld op 13 december 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 809 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.