Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 6;
- de conclusie van repliek met (een andere) productie 1;
- de conclusie van dupliek met producties 7 en 8.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten mondeling een overeenkomst waarbij eiseres schoonmaakwerkzaamheden verrichtte voor gedaagde bij diens klanten. Eiseres factureerde de werkzaamheden, waarvan de laatste factuur onbetaald bleef. Gedaagde betwistte de verrichte uren en deugdelijkheid van het werk. De kantonrechter oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat de gefactureerde uren daadwerkelijk waren gewerkt, waardoor de vordering werd afgewezen.
De kantonrechter stelde vast dat partijen waren overeengekomen af te rekenen op basis van gewerkte uren tegen een uurtarief. Hoewel gedaagde betwistte dat de uren waren gemaakt, bracht eiseres geen bewijs aan ter onderbouwing van haar facturen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de werkzaamheden waren verricht.
Het beroep van gedaagde op verrekening met eerder ten onrechte betaalde uren werd niet gehonoreerd vanwege onvoldoende onderbouwing. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot betaling factuur afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verrichte werkzaamheden.