Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Balkayavan het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof). [2] Het Hof hanteert volgens hem een zeer ruime lezing van het begrip reële en daadwerkelijke arbeid, en daarbij mogen de juridische context van de arbeidsverhouding in het nationale recht en de herkomst van de middelen waarmee de betrokkene wordt betaald niet betrokken worden. DUO heeft volgens eiser daarom ten onrechte waarde gehecht aan het nationale recht en de aard van de rechtsverhouding. Er dient volgens hem vooral gekeken te worden naar de gezagsverhouding en de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
Janywas het element gezagsverhouding namelijk niet aanwezig, maar was er wel sprake van reële en daadwerkelijke arbeid, waardoor zij alsnog als werknemer werd gezien. [3]
Ruhrlandkliniken
Ethnikosblijkt dat, om vast te stellen of er sprake is van een economische activiteit, er gekeken dient te worden naar de prestatie die wordt verricht. [4] In dit geval worden er onder andere advieswerkzaamheden verricht. Dat blijkt uit de artikelen 9.32 tot en met 9.34 van de WHW.
Dita Danosaook geen sprake was van een klassieke dienstbetrekking, maar omdat er wel sprake was van reële en daadwerkelijke arbeid, zij wel aangemerkt is als werknemer. [5] Deze lijn zou volgens eiser in dit geval ook gevolgd moeten worden.
Dita Danosaslaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. In deze uitspraak wordt overwogen dat een lid van een directiecomité van een vennootschap onder omstandigheden ook aangemerkt kan worden als werknemer. Het Hof overweegt wat de relevante elementen zijn die onderzocht moeten worden om vast te stellen of iemand als werknemer aangemerkt kan worden. [7] Eiser heeft – gelet op dat wat hiervoor is overwogen – naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de door hem genoemde elementen op zijn situatie van toepassing zijn. De beroepsgrond over de gezagsverhouding en de vergoeding slaagt daarom niet. De overige arresten die eiser in dit kader heeft aangehaald, behoeven daarom geen bespreking.
Begint het arbeidscontract na de 1e van de maand, dan gaat uw studiefinanciering in de maand erna”. Hieruit blijkt uit zowel de Beleidsregel als de website van DUO dat er volgens DUO sprake moet zijn van een arbeidscontract om in aanmerking te kunnen komen voor studiefinanciering. Eiser heeft geen arbeidscontract en zijn werkzaamheden voor de universiteitsraad zijn, zo is hiervoor geconcludeerd, ook niet anderszins aan te merken als verricht op basis van een arbeidsverhouding met (het bestuur van) de universiteit. De tekst op de website die eiser citeert in zijn beroepschrift betreft dan ook geen toezegging op grond waarvan eiser over diens persoonlijke situatie het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat aan hem studiefinanciering zou worden toegekend. Het is een algemene tekst en het had op de weg van eiser gelegen om zich bij twijfel nader te laten informeren over de precieze voorwaarden waar hij aan moest voldoen om in aanmerking te komen voor studiefinanciering. Op de website wordt verwezen naar de mogelijkheid om in een dergelijk geval te bellen met een medewerker van DUO om te kijken of hij aan de voorwaarden voldoet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.