ECLI:NL:RBMNE:2024:6763
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen opleggen ov-schuld wegens ongeoorloofd gebruik studentenreisproduct
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van 16 januari 2024 waarbij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een ov-schuld van €244,22 aan hem oplegde. Deze schuld ontstond doordat eiser in september en oktober 2023 met een studentenreisproduct reisde terwijl hij niet ingeschreven stond bij een opleiding, hetgeen volgens de Wet Studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) niet is toegestaan.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte aannam dat hij ingeschreven stond vanaf september 2023, mede door een aanmelding in Studielink en een e-mail van de universiteit. Ook stelde hij dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had in zijn recht op het reisproduct en dat de boete wegens verminderde verwijtbaarheid verlaagd zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het verschil tussen aanmelding en daadwerkelijke inschrijving duidelijk had moeten zijn en dat eiser niet aannemelijk maakte dat hem het gebruik van het reisproduct niet kon worden toegerekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat DUO niet verantwoordelijk is voor mededelingen van de universiteit. Verder is de ov-schuld geen boete en kan deze niet worden gematigd op grond van verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de ov-schuld en wees terugbetaling en kostenveroordeling toe.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ov-schuld van €244,22.