Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser gaf opdracht aan gedaagde om sedum dakbedekking aan te brengen op een overkapping in zijn tuin. Minder dan een jaar later stortte de overkapping in, waarna eiser schadevergoeding vorderde wegens het niet waarschuwen voor instortingsgevaar.
De kantonrechter stelde vast dat gedaagde als aannemer een waarschuwingsplicht heeft voor bekende of redelijkerwijs te kennen onjuistheden, waaronder de ongeschiktheid van een bouwwerk. Een deskundige constateerde na de instorting dat de constructie gebrekkig was, met onvoldoende bevestiging en grote afstand tussen dwarsbalken.
Echter kon gedaagde vooraf niet visueel vaststellen dat de constructie ongeschikt was, omdat bevestigingen en koppelingen waren weggewerkt en alleen zichtbaar werden door het inzakken van de overkapping. De waarschuwingsplicht was daarom niet geschonden.
De rechtbank wees ook op onduidelijkheid over het gewicht van de sedum dakbedekking, waarbij de specifieke productinformatie een lager gewicht aangaf dan door de deskundige aangenomen. Dit maakte dat de overkapping met het werkelijke gewicht niet per definitie zou doorbuigen.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat de aannemer niet kon zien dat de overkapping onvoldoende stevig was en dus niet hoefde te waarschuwen.