ECLI:NL:RBMNE:2024:6665

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
9 december 2024
Zaaknummer
UTR 24/2084
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar omgevingsvergunning sportschool

Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Tiel om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een sportschool. De gemeente nam een beslissing op het bezwaar, maar trok deze later in, waarmee zij tegemoetkwam aan het verzoek van verzoekster. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat, nu het bestuursorgaan geheel aan verzoekster tegemoet was gekomen door de beslissing op bezwaar in te trekken, de proceskosten vergoed moeten worden conform de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De gemeente reageerde niet op het verzoek om vergoeding, wat door de rechtbank werd geïnterpreteerd als geen bezwaar tegen vergoeding.

De proceskosten werden vastgesteld op € 875,-, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift. Daarnaast is de gemeente verplicht het griffierecht van € 371,- te vergoeden, maar verzoekster dient dit rechtstreeks bij de gemeente te claimen. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2084

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,

(gemachtigde: mr. E.T. de Jong),
en

de Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tiel, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 mei 2023 van verweerder om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een sportschool te verlenen. Verweerder heeft op 29 november 2023 een beslissing op dat bezwaar genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 18 september 2024 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 29 november 2023 en dat hij de beslissing op bezwaar intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna op 1 oktober 2024 het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het verzoek om veroordeling van de proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten.
Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.