Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
- Het geldende bestemmingsplan beperkt bewust de mogelijke uitbreiding van het bebouwingspercentage. Met die beperking wordt onwenselijk geachte uitbreiding van bedrijfsgebouwen in het buitengebied gelimiteerd en verdere verstedelijking van het buitengebied voorkomen. De gemeenteraad meent dat het bepaalde in artikel 4.2, onder c, van het bestemmingsplan niet terzijde geschoven kan worden omwille van louter economische belangen.
- Het schootsveld rondom het fort is een groot gebied. Het klopt dat in 2016 een omgevingsvergunning is afgegeven voor 5.000 m² extra bebouwing (totaal 10.000 m²) aan de [adres 2] . Deze vergunning is echter afgegeven als gevolg van een noodzakelijk correctie op het bestemmingsplan.
- De gemeenteraad meent dat het niet alleen gaat om het behoud van de schootsvelden maar ook om de mogelijkheid open te houden om de schootsvelden te herstellen. Dit is vastgelegd in de dubbelbestemming “waarde – schootsvelden”, artikel 11 van Pro het bestemmingsplan. Toevoeging van de gewenste m² aan bedrijfsbebouwing vormt een extra blokkade voor dat herstel, zodra die mogelijk wordt door het verdwijnen van in de toekomst mogelijk overbodig wordende agrarische bebouwing in de schootsvelden.
- Een overschrijding van het in het bestemmingsplan opgenomen bebouwingspercentage als zodanig onvoldoende reden is om de vvgb te weigeren;
- De motivering van de gemeenteraad om de vvgb te weigeren miskent dat het bouwplan juist bijdraagt aan behoud én herstel van de schootsvelden;
- De gemeenteraad niet voldaan heeft aan de verzwaarde motiveringsplicht die op hem rust door zonder onderbouwing af te wijken van de deskundigenrapporten en
- De weigering van de vvgb een kenbare belangenafweging mist.
21 maart 2024. In deze brief stelt de provincie dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot een onacceptabele aantasting van de uitzonderlijke universele waarden van het (naastgelegen) werelderfgoed. De locatie ligt net buiten de begrenzing van het werelderfgoed, het ligt wel in de invloedsfeer daarvan. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is de bebouwing geheel in het groen gelegen/ingepast. Daarmee is er volgens de provincie geen sprake van een onacceptabele aantasting van genoemde waarden en bestaat er voor de gemeente geen verplichting om een ontheffing op grond van artikel 7.3, eerste lid, van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht (de Omgevingsverordening) aan te vragen.
te herstellen. Dit is volgens de gemeenteraad vastgelegd in de dubbelbestemming “waarde – schootsvelden” van artikel 11 van Pro het bestemmingsplan. De gemeenteraad gaat daarbij echter voorbij aan de (militair-historische) analyse die MooiSticht heeft uitgevoerd op basis waarvan de conclusie is dat de waarde van het schootsvelden door het bouwplan niet wordt aangetast en de belangrijkste voorwaarde gedurende het militaire functioneren was dat de bebouwing binnen wettelijk bepaalde ‘verboden kringen’ (schootcirkels) makkelijk verwijderbaar moest zijn. Vandaar dat de nieuwbouw in hout wordt uitgevoerd.
21 maart 2024 waarin staat dat de economische noodzaak van het bouwplan volgens de provincie is aangetoond, heeft eiseres op de zitting een “onderbouwing economische noodzaak voor (her)inrichting van bedrijfslocatie [adres 1] te [plaats] ” aan de rechtbank overgelegd en nader toegelicht. Dit stuk was al bekend bij het college en de gemeenteraad. In dit stuk wordt vermeld dat [eiseres] een winstgevend bedrijf is, maar dat de inrichting van het perceel tot steeds hogere bedrijfs- en faalkosten, inkomstenderving en een afname van de winstgevendheid leidt. Zonder te investeren in de huidige bedrijfslocatie zal de groeiontwikkeling van [eiseres] de komende jaren stagneren. Er is een prognose gemaakt voor de jaren 2019-2027. Conclusie is dat om de continuïteit van [eiseres] te borgen het van cruciaal belang is om te investeren in de huidige bedrijfslocatie.
noodzakelijkis. Economische noodzaak of continuïteit van het bedrijf, is iets anders dan “economische belangen”.
Beslissing
- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen zestien weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.