Eiseres heeft op 10 april 2024 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van een WIA-uitkering. Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken een besluit genomen, waardoor eiseres op 2 oktober 2024 beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres hem op 26 juni 2024 in gebreke heeft gesteld. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen vier weken na de uitspraak alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het griffierecht (€371). De rechtbank wijst erop dat een zitting niet nodig is en dat partijen een verzetschrift kunnen indienen binnen zes weken na verzending van de uitspraak.