De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar met een maatregel tot gedragsbeïnvloeding. De voorwaardelijke invrijheidstelling was gepland op 12 december 2023, maar het openbaar ministerie besloot deze met 120 dagen uit te stellen om nader onderzoek te verrichten naar het recidiverisico.
Tijdens de openbare terechtzitting op 5 januari 2024 werd het bezwaarschrift van de veroordeelde behandeld. De reclasseringsrapportage adviseerde positief over de invrijheidstelling onder bijzondere voorwaarden, maar het OM wilde een aanvullende NIFP-rapportage om tegenstrijdigheden in het dossier te duiden en het risicomanagementplan te verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat het OM in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen. Hoewel een andere beslissing op basis van de rapportage verdedigbaar was, is toetsing beperkt tot de redelijkheid van het besluit. Het bezwaarschrift is daarom ongegrond verklaard en het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling gehandhaafd.