Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over haar WIA-uitkering. Dit bezwaar is op 31 maart 2023 ontvangen, maar verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zeventien weken beslist. Eiseres stelde verweerder op 21 maart 2024 in gebreke en diende daarop op 24 juni 2024 beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen nieuw besluit heeft genomen. Gezien het capaciteitsgebrek bij verzekeringsartsen en de voortgang van de bezwaarprocedure, bepaalt de rechtbank een verlengde beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.