ECLI:NL:RBMNE:2024:6557

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
UTR 23/6580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:38 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden en machtiging

Eiser heeft op 23 december 2023 beroep ingesteld tegen een bestuursbesluit namens een belanghebbende. De rechtbank heeft eiser op 29 juli 2024 schriftelijk verzocht om binnen een termijn van vier weken de beroepsgronden, het volledige adres van de belanghebbende, een kopie van het besluit en een schriftelijke machtiging te overleggen.

De brief van 29 juli 2024 bleek onbestelbaar en is daarom op 22 augustus 2024 per gewone post verzonden, waarbij expliciet werd vermeld dat de oorspronkelijke termijn niet opnieuw begon te lopen. Eiser heeft hierop niet gereageerd.

Omdat eiser niet heeft voldaan aan de verplichting om de beroepsgronden en de machtiging te overleggen, voldoet het beroepschrift niet aan de wettelijke eisen van artikel 6:5 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en zal de rechtbank de zaak niet inhoudelijk behandelen.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 6 november 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6580

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2024 in de zaak tussen

[eiser] , veronderstellenderwijs namens [A], te [woonplaats] , eiser
en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 23 december 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 29 juli 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk 26 augustus 2024 moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit.
4. Tevens heeft de rechtbank eiser in dezelfde brief verzocht om een het volledige adres van [A] op te geven, een kopie van het besluit waar hij het niet mee eens is over te leggen en een schriftelijke machtiging op te sturen waarin staat dat eiser namens [A] mag optreden in deze beroepsprocedure. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 22 augustus 2024 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 29 juli 2024 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.