Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
[B] , toezichthouder, aanwezig.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser exploiteert een caravanstalling op een perceel in Almere zonder omgevingsvergunning, hetgeen in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders legde daarom een last onder dwangsom op met een stakingsverplichting binnen zes maanden.
Eiser betwist de last onder dwangsom en voert onder meer aan dat er sprake is van concreet zicht op legalisatie vanwege een ingediende aanvraag en dat handhaving onevenredige gevolgen voor hem heeft vanwege persoonlijke omstandigheden en afhankelijkheid van de exploitatie.
De rechtbank stelt vast dat het gebruik van het perceel voor caravanstalling inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd en verplicht was handhavend op te treden. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat het college een afwijzend besluit heeft genomen en de maximale ruimte voor caravanstallingen al is vergund. De persoonlijke omstandigheden van eiser wegen niet zwaarder dan het belang van naleving van het bestemmingsplan.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft de last onder dwangsom. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt gehandhaafd wegens strijdig gebruik zonder vergunning en handhaving is niet onevenredig.