ECLI:NL:RBMNE:2024:6352

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
24/4887
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens besluit op bezwaar

Verzoekster diende op 23 mei 2023 een bezwaarschrift in bij het UWV. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde haar gemachtigde op 12 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Vervolgens nam het UWV op 6 augustus 2024 alsnog een besluit op bezwaar, waarop verzoekster haar beroep introk.

De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Het UWV stemde in met dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat het UWV geheel aan verzoekster was tegemoetgekomen door het besluit op bezwaar en wees de proceskostenveroordeling toe.

De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het beroepschrift tegen niet tijdig beslissen. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 13 november 2024 door rechter C. Van Wambeke.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4887

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.R.A. Rutten),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv),verweerder (gemachtigde: S.N. Westmaas-Kanhai).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep van 12 juli 2024 tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het Uwv op 6 augustus 2024 alsnog een besluit op bezwaar heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Daarop heeft het Uwv de rechtbank meegedeeld dat het akkoord gaat met dit verzoek.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Proceskosten beroep
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
De verzoekster heeft op 23 mei 2023 een bezwaarschrift ingediend. Omdat een besluit hierop uitbleef, heeft de gemachtigde op 12 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. Vervolgens heeft het Uwv op 6 augustus 2024 alsnog een besluit op bezwaar genomen. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
5. Daarom krijgt verzoekster een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen.
6. De hoogte van de proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarin is bepaald dat 1 punt met een waarde van € 875,- wordt toegekend voor het indienen van een beroepschrift. De rechtbank is van oordeel dat een beroepschrift tegen niet tijdig beslissen als “licht” kan worden aangemerkt en hanteert daarom de wegingsfactor 0,5. De proceskostenvergoeding bedraagt dus € 437,50 (1 x € 875,- x 0,5). [3] Naast het beroepschrift, zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Zie de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.