In deze zaak vordert de moeder van een minderjarige leerling dat haar zoon alsnog wordt bevorderd van havo-3 naar havo-4, nadat de school het besluit tot niet-bevordering heeft gehandhaafd. De leerling had het voorafgaande jaar al een keer zittenblijven en moest nu van school af volgens het schoolbeleid.
De school baseerde haar besluit op overgangsnormen en een interne procedure waarbij een gekwalificeerde meerderheid vereist is in de revisievergadering om een leerling alsnog te bevorderen. Hoewel zeven docenten vóór bevordering stemden en vier tegen, was dit onvoldoende om het besluit te wijzigen. De rechter toetst terughoudend en concludeert dat de school zorgvuldig en in redelijkheid heeft gehandeld.
De vordering tot bevordering wordt afgewezen, maar de school wordt veroordeeld in de proceskosten omdat zij onvoldoende transparant was over het stembeleid, waardoor de moeder onnodig een kort geding heeft moeten voeren. De proceskosten worden begroot op €1.744,42 plus wettelijke rente en bijkomende kosten.