De kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 september 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een jongen van acht jaar. De uithuisplaatsing was aanvankelijk verleend tot 25 oktober 2024. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om een verlenging van zes maanden vanwege de nog lopende (trauma)behandeling en het ontbreken van een stabiele thuissituatie.
De moeder en vader van het kind vonden een verlenging van zes maanden te lang. De moeder gaf aan dat zij onvoldoende duidelijkheid en ondersteuning van de GI ontvangt over wat zij moet doen om terugplaatsing mogelijk te maken. De vader zag zijn zoon te weinig en wilde meer contact.
De kinderrechter verlengde de machtiging tot uithuisplaatsing met drie maanden tot 25 januari 2025 en hield de rest van het verzoek aan. De rechter benadrukte dat de GI de moeder beter moet begeleiden bij de terugplaatsingsvoorwaarden en dat het perspectief van het kind bij de moeder ligt. Vanwege de belaste voorgeschiedenis met de vader, waaronder huiselijk geweld en vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag, kan van de moeder niet worden verlangd dat zij beter met de vader communiceert. De moeder moet als hoofdopvoeder juist worden ondersteund.
Ook werd gewezen op de zorgelijke situatie dat het kind al bijna een jaar niet naar school gaat, wat een achterstand veroorzaakt. De GI moet hier zorgvuldig naar kijken. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting voor 24 januari 2025.