ECLI:NL:RBMNE:2024:5997

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
576008
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:261 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing ondertoezichtstelling wegens ondoelmatigheid en communicatieproblemen ouders

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot opheffing van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, maar de vader weigert iedere medewerking aan de GI en de hulpverlening, waardoor de GI de kinderen niet heeft kunnen spreken en niet kan vaststellen of er nog sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.

De kinderrechter constateert dat de ondertoezichtstelling niet doelmatig is omdat de vader stelselmatig contact met de GI vermijdt en de kinderen ook niet met de GI willen praten. Ondanks zorgen over de communicatie tussen de ouders, met name over gezagsbeslissingen en de emotionele instabiliteit van de vader, acht de kinderrechter opheffing van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.

De moeder wil graag hulp om de patstelling tussen de ouders te doorbreken en wil zelf een cursus parallel ouderschap volgen. De kinderrechter benadrukt dat de situatie onbevredigend blijft en dat de kinderen niet kunnen rekenen op afstemming tussen de ouders. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt opgeheven wegens ondoelmatigheid en gebrek aan medewerking van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/576008 / JE RK 24-892
Datum uitspraak: 25 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, de GI,
gevestigd te Utrecht,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] .
In deze zaak zijn belanghebbenden:
[moeder], de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[vader], de vader,
wonende in [woonplaats] ,
de Raad voor de Kinderbescherming, de Raad,
gevestigd in Utrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren (zitting) was op 11 oktober 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
  • de moeder;
  • [A] van de GI;
  • [B] van de Raad.
1.3.
Tijdens de zitting is ook de zaak over de zorgregeling (C/16/509021 / FO RK 20-963) behandeld. In die zaak wordt een aparte beschikking gegeven.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft de rechtbank een bericht gestuurd. [minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De ouders hebben het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
In de beschikking van 16 april 2021 heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige 1] haar hoofdverblijf heeft bij de vader en [minderjarige 2] bij de moeder.
2.3.
In de beschikking van 15 december 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 15 december 2024.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te heffen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten van de ouders

4.1.
De ouders zijn het eens met het verzoek van de GI.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling opheffen, omdat is voldaan aan de wettelijke criteria in artikel 1:261 lid 1 en Pro 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter legt dit hierna uit.
5.2.
De kinderrechter kan niet vaststellen of nog sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er zijn nog zorgen over de kinderen. Ouders kunnen niet met elkaar overleggen over zaken die de kinderen aangaan, zoals een vakantie van [minderjarige 2] met vader naar Rome. Die vakantie is op het laatste moment niet doorgegaan omdat het niet is gelukt tijdig af te stemmen wanneer de vakantie zou plaatsvinden. [minderjarige 2] heeft het daar heel moeilijk mee gehad, en dat is goed te begrijpen. De GI heeft de zorgen over de kinderen niet verder kunnen onderzoeken, omdat de vader iedere vorm van contact met de GI afhoudt. Hij De kinderen willen ook niet met de GI praten. De ouders vinden dat het goed genoeg gaat met de kinderen. Vanuit school zijn er ook geen signalen over zorgen om de kinderen.
5.3.
Ook als nog wel sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging constateert de kinderrechter dat een ondertoezichtstelling die niet kan wegnemen. De vader weigert immers stelselmatig ieder contact met de GI en met de hulpverlening. Hij vindt dat de ondertoezichtstelling is gebaseerd op frauduleuze en onjuiste informatie. De kinderrechter begrijpt dat de GI de vader geen schriftelijke aanwijzing heeft gegeven, omdat dit de kinderen in een moeilijke positie zou brengen. De ondertoezichtstelling is om die reden niet uitvoerbaar. De moeder wil wel graag hulp om de patstelling tussen de ouders te doorbreken. Zij voelt zich machteloos, want zij kan dat niet alleen. Ook maakt zij zich zorgen over de vraag hoe gezagsbeslissingen genomen moeten worden als de situatie niet verandert. De moeder vindt het daarom heel verdrietig dat de ondertoezichtstelling niets heeft kunnen brengen. Zij wil zelf parallel ouderschap volgen om te leren hoe om te gaan met deze situatie.
5.4.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling opheffen. De kinderrechter maakt zich evenwel nog steeds zorgen over de positie van de kinderen. Zij kunnen er niet op rekenen dat de ouders, die daarvoor verantwoordelijk zijn, met elkaar afstemmen en samen (gezags)beslissingen nemen. Dat betekent dat zij nooit weten of dingen die voor hen belangrijk zijn geregeld worden. Terwijl zij dat niet zelf kunnen. De kinderrechter vindt het te prijzen dat de moeder parallel ouderschap wil volgen. De vraag is echter of alleen dat voldoende ondervangt waar de (gezaghebbende) ouders voor staan. Uit hetgeen de vader heeft verklaard tijdens de zitting maakt de kinderrechter verder op dat in ieder geval [minderjarige 2] door hem als een boodschapper is ingezet: hij moest aan zijn moeder vertellen wanneer hij met zijn vader naar Rome zou gaan. Die rol is voor [minderjarige 2] onmogelijk en onwenselijk. Ten slotte maakt de kinderrechter zich zorgen over de vader, die zowel bij deze zitting als bij vorige zitting een emotioneel instabiele indruk maakte. Het opheffen van de ondertoezichtstelling is dan ook even onvermijdelijk als onbevredigend.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
heft de ondertoezichtstelling van de kinderen op;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2024 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.V. Verduijn als griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.