ECLI:NL:RBMNE:2024:5995
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in wrakingsverzoek wegens ontbreken gemotiveerde vrees vooringenomenheid
Verzoekster heeft op 17 oktober 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, omdat zij niet vooraf was geïnformeerd over de wisseling van rechter. Zij stelt dat hierdoor haar recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, is geschonden. Het wrakingsverzoek richt zich niet tegen de inhoud van het tussenvonnis, maar tegen de procedurele gang van zaken rondom de rechterwisseling.
De wrakingskamer overweegt dat een wrakingsverzoek moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter rechtvaardigen. Verzoekster heeft echter geen concrete motivering gegeven voor een dergelijke vrees. Daarnaast is bij een eerdere beslissing van 24 mei 2024 reeds een wrakingsverbod opgelegd, waardoor het huidige verzoek niet ontvankelijk kan worden verklaard.
Gezien het ontbreken van een gemotiveerd wrakingsverzoek en het bestaande wrakingsverbod, verklaart de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek en het wrakingsverbod blijft van kracht.