In deze kortgedingprocedure stond centraal of Qbuzz de overeenkomst met Ebusco tot productie en levering van 45 elektrische bussen rechtsgeldig mocht ontbinden op 16 september 2024. De voorzieningenrechter ging ervan uit dat Qbuzz dit beroep op ontbinding mocht doen, mede gelet op de schriftelijke vaststellingsovereenkomst waarin leveringsdata waren uitgesteld en ontbinding mogelijk werd bij overschrijding van de nieuwe termijn.
Ebusco had de leveringstermijn meerdere malen overschreden en op 4 september 2024 aangekondigd dat volledige levering pas in februari 2025 zou plaatsvinden. Deze aankondiging werd niet als alternatief leveringsschema gezien, maar als een daadwerkelijke termijnoverschrijding. De voorzieningenrechter oordeelde dat Qbuzz de ontbinding niet onaanvaardbaar mocht vinden, gezien de langdurige vertraging en het grote belang van Qbuzz bij tijdige levering vanwege haar concessie voor elektrisch busvervoer.
Daarnaast was er een ernstig vermoeden dat Ebusco haar verplichtingen niet zou nakomen, onder meer door het niet betalen van de overeengekomen vertragingsvergoeding en onzekerheid over het voortbestaan van Ebusco. De vorderingen van Ebusco tot nakoming van de overeenkomst en opheffing van het beslag werden daarom afgewezen. Ebusco werd veroordeeld in de proceskosten.