Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:5916

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
11110204 UC EXPL 24-3371
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling openstaande facturen en incassokosten na toezegging

Eiseres vordert betaling van €6.980,09 wegens niet nagekomen betalingsverplichting door gedaagde, ondanks sommaties en een toezegging tot betaling. Gedaagde betwist de opdracht en de tariefverhoging en weigert betaling zonder urenverantwoording.

Eiseres wijst op de overeenkomst, toepasselijke algemene voorwaarden en de toezegging van gedaagde op 13 juli 2023 om openstaande facturen te voldoen na ontvangst van een btw-teruggave, welke ook is ontvangen. Het verweer van gedaagde wordt hiermee weerlegd.

De kantonrechter wijst de hoofdsom toe, evenals de wettelijke rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, gemaximeerd conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.822,99 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11110204 \ UC EXPL 24-3371
Vonnis van 23 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R.E. Jonen,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet voor dupliek geconcludeerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.
[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.980,09, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Ter onderbouwing van die vordering stelt [eiseres] dat [gedaagde] jegens haar toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door het verschuldigde bedrag van € 5.681,03 ondanks sommaties en een toezegging tot betaling, onbetaald te laten.
2.3.
[gedaagde] heeft in haar conclusie van antwoord gesteld dat zij voor deze uitgevoerde werkzaamheden geen opdracht heeft gegeven, dat er geen grond is voor de tariefverhoging en dat een urenverantwoording ontbreekt. Totdat een urenverantwoording is verstrekt wil [gedaagde] niet betalen.
2.4.
[eiseres] heeft naar aanleiding van dit verweer bij conclusie van repliek gewezen op de overeenkomst en de overeengekomen algemene voorwaarden op grond waarvan de werkzaamheden zijn uitgevoerd en op grond waarvan een prijsverhoging kon worden doorgevoerd. [eiseres] wijst er verder op dat de algemene voorwaarden voorschrijven dat reclames binnen 30 dagen gedaan moeten worden. Bovendien heeft [gedaagde] op 13 juli 2023 toegezegd openstaande facturen van € 5.143,19 en € 605,00 te zullen voldoen na ontvangst van een door haar te ontvangen btw teruggave, welke teruggave ook is ontvangen.
2.5.
Met de nadere stellingen van [eiseres] in de conclusie van repliek is het in de conclusie van antwoord gevoerde verweer voldoende weerlegd. [gedaagde] heeft toegezegd de openstaande facturen te zullen betalen. De vordering van [eiseres] is daarmee erkend. Dat betekent ook dat het beroep op opschorting dat [gedaagde] ná die toezegging heeft gedaan niet opgaat. De gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen. De daarover gevorderde rente is eveneens toewijsbaar.
2.6.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering van € 852,15 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 659,05 bij € 5.681,03 in hoofdsom. De kantonrechter wijst daarom € 659,05 toe.
2.7.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom € 5.681,03
- rente tot 28 augustus 2023 € 446,91
- buitengerechtelijke incassokosten
€ 695,05 +
Totaal € 6.822,99
2.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,22
- griffierecht
524,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.452,22

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.822,99, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het € 5.681,03, met ingang van 29 augustus 2023, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.452,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024.
1006