ECLI:NL:RBMNE:2024:5846
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar voor vertrouwensfunctie na veroordeling zware mishandeling
Eiser, werkzaam sinds 1994 bij een beveiligde vracht- en toeleveringsketen, is sinds 1 mei 2022 werkzaam in een functie die als vertrouwensfunctie is aangemerkt. De minister van Binnenlandse Zaken weigerde op 9 oktober 2023 een verklaring van geen bezwaar (VGB) af te geven vanwege een veroordeling van eiser tot een taakstraf van 200 uur voor zware mishandeling, gepleegd op 17 juli 2020. Deze straf overschrijdt ruimschoots de door de minister gehanteerde beleidslijn waarbij een taakstraf van 40 uur als ondergrens geldt.
Eiser betoogde dat er voldoende waarborgen zijn omdat het een eenmalig incident betreft, hij geen recidive vertoont, en zijn functie destijds nog geen vertrouwensfunctie was. Ook voerde hij aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd wat de relatie is tussen zijn veroordeling en zijn functie en dat de weigering niet evenredig is gezien zijn persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat de beleidsregels omtrent zware mishandeling als zwaarwegend strafbaar feit terecht zijn toegepast. De persoonlijke omstandigheden van eiser en het feit dat hij na het incident zonder problemen heeft doorgewerkt, wegen niet op tegen het belang van nationale veiligheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de VGB wordt geweigerd vanwege onvoldoende waarborgen door veroordeling zware mishandeling.