Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:5829

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
14 oktober 2024
Zaaknummer
24/3056 UTR
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken essentiële stukken

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van een onbekende verweerder, maar heeft het griffierecht van €51,- niet betaald. De rechtbank heeft eiser hierop per aangetekende brief gewezen en een termijn van vier weken gegeven om het griffierecht te voldoen. Dit heeft eiser niet gedaan en ook geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen.

Daarnaast heeft eiser verzuimd het beroepschrift te ondertekenen, de gronden van het beroep te vermelden en een kopie van het bestreden besluit te overleggen, ondanks een verzoek van de rechtbank om deze tekortkomingen te herstellen. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit gegeven. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van essentiële stukken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3056

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2024 in de zaak tussen

[eiser], [woonplaats], eiser,

en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 30 mei 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. De rechtbank stelt verder vast dat eiser heeft verzuimd het beroepschrift te ondertekenen, te vermelden waarom hij in beroep is gegaan en een kopie in te dienen van het besluit waar hij het niet mee eens is. De rechtbank heeft hier wel om gevraagd per brief van 25 april 2024. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.