ECLI:NL:RBMNE:2024:5759
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde gemeente geweigerd wegens overeengekomen termijn schriftelijke hoorzitting
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiseres de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning voor het belastingjaar 2023, vastgesteld op €357.000,- door de heffingsambtenaar van de gemeente. Eiseres maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht om een schriftelijke hoorzitting. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de WOZ-waarde.
Eiseres stelde dat er geen duidelijke afspraak was over de datum waarop de grieven voor de hoorzitting moesten worden ingediend, en verzocht om terugverwijzing naar de bezwaarfase om alsnog gehoord te worden. De heffingsambtenaar stelde dat op 6 oktober 2023 een overeengekomen uiterste datum was voor het aanleveren van de grieven, waarop eiseres had ingestemd.
De rechtbank oordeelde dat uit de e-mailcorrespondentie blijkt dat eiseres akkoord ging met de datum van 6 oktober 2023. Daarnaast wees de rechtbank op de duidelijke communicatie over de samenwerking tussen de gemeenten, waardoor het voor een professioneel gemachtigde voldoende duidelijk was dat de hoorzitting ook voor gemeente [gemeente 1] gold. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.