Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 30 mei 2024 een verzoek om informatie in op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder moest binnen vier weken beslissen, maar verlengde de termijn met twee weken, waardoor uiterlijk op 12 juli 2024 een besluit verwacht werd. Deze termijn werd echter overschreden zonder besluit.
Eiser stelde verweerder op 12 juli 2024 in gebreke en startte op 31 juli 2024 een beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee weken na uitspraak moet beslissen, tenzij bijzondere omstandigheden een langere termijn rechtvaardigen.
Verweerder verzocht om een verlenging van twee maanden vanwege onderbezetting en de omvang van het verzoek. De rechtbank acht deze termijn niet onredelijk en stelt de beslistermijn vast op uiterlijk 23 oktober 2024. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding opgelegd, met een maximum van €15.000.
Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht het griffierecht van €187 aan eiser te vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt een nieuwe beslistermijn van twee maanden vast met een dwangsom bij overschrijding.