Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
terechtzitting van 13 september 2024onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:
Letselrapportage van de GGD [3] van 24 maart 2024is met betrekking tot het letsel van aangever [slachtoffer] , zakelijk weergegeven, onder meer het volgende opgenomen:
proces-verbaal forensisch onderzoek persoon [4] van 13 juni 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [7] van 27 maart 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
8 (acht) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 6.570,64 bestaande uit een vergoeding van € 1.570,64 voor materiële schade en een vergoeding van € 5.000,- voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2024 over het bedrag van € 5.000, (immateriële schade) en ten aanzien van de materiële schadeposten vanaf:
- 24 maart 2024 over het bedrag van € 138,- (Ring deurbel);
- 28 maart 2024 over het bedrag van € 454,64 (ziektekosten eigen bijdrage);
- 16 juli 2024 over het bedrag van € 329,- (mobiele telefoon) en
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de immateriële schade af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 6.570,64 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierboven genoemde data tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 67 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.