ECLI:NL:RBMNE:2024:5705
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot betaling transitievergoeding, vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen
De werknemer trad op 1 september 2022 in dienst bij de werkgever als verkoopmedewerker. De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege op 31 maart 2024. Na beëindiging van het dienstverband ontving de werknemer geen transitievergoeding, vakantiegeld of vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen.
De werknemer vorderde deze bedragen, vermeerderd met wettelijke verhogingen en rente, evenals buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De werkgever verscheen niet in de procedure en betwistte de vorderingen niet.
De kantonrechter stelde vast dat de transitievergoeding niet was uitgesloten op grond van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De berekening van de transitievergoeding was gebaseerd op het netto maandsalaris van de werknemer, wat niet werd betwist. De gevorderde bedragen voor vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen werden eveneens toegewezen.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot afgifte van een salarisspecificatie en betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een veroordeling tot betaling van wettelijke rente over de bedragen vanaf 31 maart 2024.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, vakantiegeld, niet-genoten vakantiedagen, incassokosten en proceskosten aan de werknemer.