ECLI:NL:RBMNE:2024:5512
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning bijgebouw wegens motiveringsgebrek met in stand laten rechtsgevolgen
De zaak betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een bijgebouw met een bouwhoogte van 5,17 meter, die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan een derde-partij heeft verleend. Eiser betwist de vergunning omdat het bijgebouw te groot is en het uitzicht vanuit zijn perceel schaadt. De rechtbank beoordeelt dat het college beleidsruimte heeft bij het toestaan van afwijkingen van de beheersverordening en dat het bijgebouw niet leidt tot onevenredige nadelige gevolgen voor eiser.
Tijdens de procedure is vastgesteld dat het college aanvankelijk onvolledig was in de uitleg van de regels voor vergunningvrij bouwen, met name ten aanzien van de bouwhoogte nabij de erfgrenzen. Het college heeft dit motiveringsgebrek met een aanvullende motivering hersteld, waarin het onder meer toelicht dat het bijgebouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is en geen onevenredige negatieve effecten veroorzaakt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen in stand op grond van de herstelde motivering. Hierdoor hoeft het college geen nieuwe beslissing te nemen en kan het bijgebouw worden gebouwd conform de verleende vergunning. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand zodat het bijgebouw gebouwd kan worden.