Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: veroordeelde.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
€ 181.634,26 (zegge: honderdeenentachtigduizend zeshonderdvierendertig euro en zesentwintig eurocent);
betaling van € 181.634,26 (zegge: honderdeenentachtigduizend zeshonderdvierendertig euro en zesentwintig eurocent) aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
bepaaltde duur van de
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 (duizend tachtig) dagen.