In deze zaak tussen buren over de erfgrens en afwatering is vastgesteld dat de kadastrale erfgrens niet overeenkomt met de feitelijke situatie. De eiser heeft de strook grond tussen de oude schutting en de kadastrale grens meer dan tien jaar ondubbelzinnig en openbaar in bezit gehad, waardoor hij eigenaar is geworden door verjaring. De kantonrechter oordeelt dat de schutting die de buren recent hebben geplaatst op het perceel van de eiser moet worden verwijderd en op de oude plek teruggeplaatst.
Daarnaast is vastgesteld dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan door verjaring, waardoor het dak van de buren mag afwateren op het dak van de eiser en het water via de regenwaterafvoer op het riool van de buren mag afwateren. De buren hebben onrechtmatig de regenwaterafvoer verwijderd en moeten deze binnen twee maanden terugplaatsen.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de buren af die zien op het verplaatsen van de schutting aan de voorkant en het creëren van eigen goten. Ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De buren worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. De vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad.